Practice English Speaking&Listening with: De God die je draagt – Bayless Conley

Normal
(0)
Difficulty: 0

Ze zijn mijn familie. Natuurlijk draag ik hun last. Ik had hen ook willen dragen.

Hoeveel te meer zal onze hemelse Vader ons dragen...

als we ons in een woestijn bevinden, als het ons te veel wordt?

Ik zeg je: Daar waar jij nu bent, bij je thuis of waar dan ook...

zijn onzichtbare boodschappers.

God wil je opheffen. Hij wil je kracht geven.

Dat doet hij door mensen te sturen, door engelen te sturen.

Ik ben Bayless Conley. Het leven zit vol met onzekerheden.

Of je nu problemen met financin, relaties of gezondheid hebt...

of een doel in je leven zoekt, n ding is zeker:

God ziet je. Hij houdt van je. En wat je problemen ook zijn...

Hij heeft de antwoorden.

Ik ben zo blij dat jullie kijken.

Ik zeg het vaak, maar ik meen het ook.

Als jij en ik ergens samen een kop koffie of thee konden drinken...

en verhalen konden uitwisselen...

dan zou ik dingen vertellen die ik op dit moment ga delen.

We kunnen nu even niet samen aan tafel zitten en dingen uitwisselen.

Maar dit komt dicht in de buurt.

Pak je bijbel erbij. Als je een gezin hebt, zeg dan:

We gaan even tijd steken in ons geestelijk leven.

Pak ze bij hun kraag en zet hen op een stoel.

We gaan over iets belangrijks praten dat we ons moeten blijven realiseren.

Namelijk dat God ons zal dragen.

Jesaja 40 begint met het verhaal over Johannes de Doper.

Hoe hij de weg bereidt voor Christus. Het is een profetisch hoofdstuk.

Dan komen we bij vers 11, met een profetisch verhaal over Jezus...

en de periode van verlossing waarin we leven. Jesaja 40:11:

"Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:

Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen...

en in Zijn schoot dragen.

De zogenden zal Hij zachtjes leiden."

Er staat dat Hij ons zal dragen. En daar wil ik het over hebben.

Een paar hoofdstukken later, in Jesaja 46:1-4 staat dit:

"De goden Bel en Nebo..." Dat waren Babylonische godheden.

"De goden Bel en Nebo zijn ten schande gebracht.

Hun afgodsbeelden worden op de ruggen van dieren afgevoerd."

"Ze werden altijd rondgedragen door aanbidders.

Maar nu zijn ze een zware last voor vermoeide dieren."

"Bel en Nebo zijn samen ten schande gebracht.

Ze kunnen hun beelden niet redden. Ze gaan zelf in gevangenschap."

Maar nu het contrast.

"De Heer zegt: Luister naar Mij, huis van Jakob...

en het huis van Isral dat in leven is gelaten."

"Ik heb vanaf uw geboorte goed voor u gezorgd.

Ik heb u gedragen sinds u als volk geboren werd."

"Ik zal u blijven dragen, ook als u oud bent.

Ik zal goed voor u zorgen, ook als uw haar grijs is.

Ik heb u gemaakt en Ik zal u dragen."

De Babylonische goden werden rondgedragen.

Maar God zegt tegen Zijn volk: Ik zal u dragen.

Ik heb u gedragen vanaf de moederschoot...

en ik zal u dragen tot uw haar wit of grijs is, of helemaal verdwenen is.

Het gaat hierom. We worden nooit zo volwassen...

of bereiken in onze wandeling met God nooit het moment...

dat we niet langer gedragen hoeven te worden.

Iedereen moet weleens door God gedragen worden.

God heeft gezegd: Ik heb u gemaakt en Ik zal u dragen.

Hij neemt verantwoordelijkheid voor ons.

In Deuteronomium 1 staat iets heel interessants.

Vers 30. "De Heer, uw God..." Mozes spreekt hier:

"...Die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden...

overeenkomstig alles wat Hij voor uw ogen in Egypte voor u gedaan heeft...

en in de woestijn, waar u gezien hebt dat uw God u gedragen heeft...

zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg, tot u hier gekomen bent."

Hij zegt: Uw God heeft u gedragen in de woestijn.

De woestijn is een plek waar het moeilijk is, waar je het zwaar hebt.

Een plek waar alles tegenzit, waar je geloof is opgebruikt.

Je geloof is verdwenen. Je bent doodop.

God zegt: In de woestijn heb Ik u gedragen.

Ik dank God voor de beginselen in de Bijbel en de lessen die we leren.

Maar dit gaat niet over het toepassen van een beginsel.

Het gaat er letterlijk om dat je God toestaat dat Hij je draagt.

Ik weet nog dat onze oudste zoon Harrison een jaar of 10, 11 was.

M'n vader, ikzelf en Harrison...

plus een vriend van mij, zijn vader en zijn zoon...

gingen met z'n allen in de bergen wandelen.

We gingen te paard naar een bergpas op 3400 meter...

en daarna zouden we te voet afdalen naar Rattlesnake Creek.

Op de kaart zagen we beekjes die het pad naar beneden kruisten.

We schatten dat het een uur of zes lopen was.

Dat was ongeveer het maximum voor die jongetjes van 10 jaar.

We haalden boven de rugzakken van de pakezels.

We waren zelf te paard en hadden pakezels bij ons.

Het vriendje van Harrison deed z'n rugzak op en viel achterover.

Ik dacht: Dit gaat niet goed.

We liepen naar beneden. We hadden drinkflessen bij ons.

Op de eerste plek waar volgens de kaart water moest zijn, was niets.

Het was een droge zomer geweest, er was geen water.

Ook op de tweede plek was geen water...

en de wandeling duurde langer dan zes uur.

En nog iets. Het pad voerde over een rotsachtige bergrug.

Je had lange benen nodig om de stappen te kunnen zetten.

Die kleine jongetjes vielen steeds.

Harrison liep met mij. Hij viel heel vaak.

Hij had een korte broek aan, bergschoenen...

en z'n schenen waren kapot. Ze bloedden van alle sneden.

Hij was bont en blauw van alle valpartijen.

Het water was op, het was warm en we moesten nog een heel eind.

Ik vergeet het nooit. Hij leunde tegen een groot rotsblok.

Z'n gezicht was vuil, hij huilde, z'n benen zaten onder het bloed.

Hij zei: Dit is de rotste dag van m'n leven.

Ik vond het zo vreselijk. Ik zei: Geef me je rugzak.

Ik pakte z'n rugzak en zei: Loop in je eigen tempo naar beneden.

Ik had het liefst ook hem gedragen. Maar ik pakte de twee rugzakken.

Ik had al veel spullen overgenomen en de rest nam ik er ook bij.

Ik liep naar beneden en kwam na twee uur bij Rattlesnake Creek aan.

Daar was water. Ik vulde m'n drinkfles...

liep terug en gaf Harrison water.

M'n vader bleef achter. Ik vond hem en gaf hem ook water.

Geef je rugzak, zei ik. Maar hij was een trotse Conley, en hij weigerde.

Ik wil dat je hem geeft, zei ik. Ik bleef voor hem staan.

Zogenaamd tegen z'n zin gaf hij me de rugzak. Die droeg ik naar beneden.

Eigenlijk was hij wel blij. Hij voelde zich niet helemaal goed.

Ze zijn mijn familie. Natuurlijk draag ik hun last. Ik had hen ook willen dragen.

Hoeveel te meer zal onze hemelse Vader ons dragen...

als we ons in een woestijn bevinden, als het ons te veel wordt?

Ik noem drie manieren waarop God ons draagt in moeilijke tijden.

Klaar? Drie manieren.

Nummer n. God draagt ons door mensen naar ons toe te sturen.

In Numeri 11 staat een interessant verhaal.

Mozes is in gesprek met God.

Luister goed. Het zou grappig zijn als het niet zo treurig was.

Numeri 11 vers 11:

"Mozes zei tegen de Heer: Waarom hebt U Uw dienaar kwaad gedaan...

en waarom heb ik geen genade gevonden in Uw ogen...

dat U de last van heel dit volk op mij legt?"

Leiderschap is niet altijd makkelijk.

"Ben k soms zwanger geweest van heel dit volk?

Of heb k het gebaard, zodat U tegen mij zou kunnen zeggen:

Draag het in uw schoot, zoals een verzorger een zuigeling draagt...

naar het land dat U hun vaderen gezworen hebt?"

"Waar moet ik vlees vandaan halen om al dit volk te geven?

Zij jammeren tegen mij: Geef ons vlees, zodat wij kunnen eten!

Ik alleen kan al dit volk niet dragen, want het is mij te zwaar."

"En als U mij zo wilt behandelen, dood mij dan toch meteen...

als ik genade in Uw ogen heb, en laat mij mijn onheil niet aanzien!"

Het wordt hem echt te veel. Mozes zegt: Deze last is te zwaar.

God, als U echt van me houdt, dood me dan. Ik kan niet meer.

Misschien wordt het ook jou te veel, op welk terrein dan ook.

Misschien denk jij hetzelfde: De last is gewoon te zwaar.

Maar God heeft de noodkreet van Mozes gehoord, en Hij hoort ook jou.

Volgende vers: "De Heer zei tegen Mozes:

Verzamel zeventig mannen uit de oudsten van Isral...

van wie u weet dat zij de oudsten van het volk zijn."

"Breng hen bij de tent van ontmoeting en zij moeten daar bij u staan.

Dan zal Ik neerdalen en daar met u spreken."

"Van de Geest Die op u is, zal Ik een deel op hen leggen.

Zij zullen met u de last van dit volk dragen, zodat u die niet alleen draagt."

God zei: Mozes, Ik hoor je.

Ik zal je last verlichten en mensen naar je sturen.

Ik stuur je zeventig mensen, die je zullen helpen de last te dragen.

Paulus schrijft in 1 Korinthe 16, vanaf vers 17:

"En ik verblijd mij over de komst van Stefanas en Fortunatus en Achacus...

want zij hebben aangevuld wat mij van uw kant nog ontbrak.

Zij hebben mijn geest verkwikt."

Hij was dankbaar. Hij was verkwikt. Hij schrijft in 2 Timothes 1:16:

"Moge de Heer aan het huis van Onesiforus barmhartigheid bewijzen...

want hij heeft mij vaak bemoedigd en schaamde zich niet voor mijn boeien."

Als je een strijd voert...

zal God Zijn Arons en Hurs sturen om je te helpen je armen op te tillen.

Ook de kleine dingen moeten voor ons niet vanzelfsprekend zijn.

Tijdens een wandeling zei ik tegen Janet:

Harrison en Bethany kunnen wel wat rust gebruiken.

Laten we de jongens te logeren vragen. Dan hebben ze twee dagen.

Ik belde Bethany en zei:

Waarom breng je de jongens niet? Dan slapen ze en logeren ze hier.

Alle drie, vroeg ze? Ik zei: Ja.

Ze hoefde niet te bidden of met Harrison te overleggen. Ze zei: Ok.

De jongens kwamen al snel, en ze zei tegen me:

M'n gebed is verhoord. Ik heb hier vanochtend om gebeden.

Het werd haar wat te veel, en God stuurde haar iemand. Mij en Janet.

Ook die kleine dingen moeten we wat mij betreft niet vergeten.

Als het ons wat te veel wordt, draagt God ons door hulp te sturen.

Ten tweede: Hij steunt en draagt ons ook door engelen te sturen.

God draagt ons, heft ons op, door mensen te sturen...

maar ook door engelen te sturen.

Jesaja 63:9 zegt: "In al hun benauwdheid was Hij benauwd."

Hij heeft het over Isral. "In al hun benauwdheid was Hij benauwd."

De Bijbel zegt: Onze Hogepriester is bewogen met onze zwakheden.

Vriend, God begrijpt het zo goed.

"In al hun benauwdheid was Hij benauwd.

De Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost.

Door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hj hen bevrijd.

Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van weleer."

God tilde hen op, droeg hen, door Zijn engel te sturen.

We kennen de verzen van Psalmen 91:

"Hij zal Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen.

Zij zullen u op de handen dragen...

zodat u uw voet aan geen steen stoot."

Overal in de Bijbel komen engelen op belangrijke, moeilijke momenten...

om mensen kracht te geven.

Denk maar aan Hagar.

Ze liep weg omdat ze vond dat ze door Sara slecht behandeld werd.

Ze voelt zich moedeloos en alleen...

en dan komt er een engel die haar moed inspreekt.

De tweede keer hebben Abraham en Sara haar het huis uit gezet.

Ze is met haar zoon verdreven naar de woestijn, om te sterven.

Ze is ten einde raad. Dan komt er een engel die tot haar spreekt.

Hij geeft haar hoop en verheft letterlijk haar geest.

De hele situatie draait opeens om door de tussenkomst van de engel.

Elia wilde sterven en lag onder een bremstruik.

Een engel raakte hem aan en gaf hem kracht.

Toen Jezus in de woestijn was, kwamen engelen Hem helpen.

Toen Hij angsten uitstond in de Tuin van Getsemane...

kwam er volgens de Bijbel een engel die Hem kracht gaf.

Ze komen en helpen ons, erfgenamen van de verlossing.

Ik was laatst bij een vriend. Het was vier dagen geleden.

Ik ging langs. Hij was geopereerd en ik ging even op bezoek.

Op weg daarheen zag ik een jachtwinkel.

Ik bedoel een watersportwinkel, niet een winkel voor jagers.

Ik zag dus een botenwinkel, en toen ik langsreed...

zag ik uit m'n ooghoek een boot staan.

Ik keek nog eens om. Het was een boot die ik graag wil hebben.

Een boot waar ik stiekem van droom.

Ik dacht: Op de terugweg stop ik even om te kijken.

Nog enthousiaster worden en nog harder dromen.

Ik was heel opgewonden. Ik had hem nog niet gezien.

Die boten worden gebouwd en gaan dan naar Noord-Californi en Alaska.

Maar goed, ik reed naar huis en opeens was het uit m'n hoofd.

Zo idioot. Het is niks voor mij om zoiets helemaal te vergeten.

Ik ben erlangs gereden en heb er niet meer aan gedacht.

Ik kwam thuis en dacht: Ik ben niet naar die boot gaan kijken. H?

Zo gek. Alsof het gewoon uit m'n hoofd was gewist.

Anderhalve dag later moest ik naar kantoor om dingen te regelen.

Ik reed erheen, en opeens kwam die boot weer bovendrijven.

Wow, dacht ik. Het was zo gek, die gedachte die opeens opkwam.

Ik dacht onderweg bij mezelf:

Dat is wel heel vreemd, zoals ik nu opeens aan die boot wordt herinnerd.

Ik dacht: Ik pak een omweg en ga onderweg naar die boot kijken.

Ik rij op de hoofdweg en ga in het vak staan om linksaf te slaan.

Ik zie de boot in de verte en wacht tot het licht op groen springt.

Er staat een man bij het stoplicht op de stoep.

Ik kijk naar hem en zie hem opeens op straat vallen.

Hij beweegt niet meer. Hij viel hard, en hij ligt nu stil.

Een fietser rijdt langs hem en kijkt niet naar hem.

Er slaan auto's af en iedereen laat hem liggen.

Het licht is groen, ik parkeer ergens en loop naar die man toe.

Hij beweegt niet. Ik raak hem aan en vraag: H, gaat het wel goed?

Hij reageert nergens op.

Ik schud aan hem en vraag of hij water wil.

Misschien is hij uitgedroogd.

Uiteindelijk trillen z'n ogen. Hij tilt z'n hoofd een eindje op.

Hij zegt alleen maar: Ziekenhuis. En hij laat z'n hoofd direct weer vallen.

Ik bel 911, leg de situatie uit. Ik vertel waar ik ben.

Ik bid voor die man, raak hem aan.

Ik probeer van alles, maar hij reageert niet.

De ambulance komt, en de brandweer. Ze bedanken me en nemen het over.

Ik ging naar de boot kijken en reed daarna door.

Thuis dacht ik nog eens terug aan wat er gebeurd was.

Hoe ik die boot was vergeten en er opeens weer aan dacht.

Dat was geen toeval.

Ik denk echt dat een engel daar de hand in heeft gehad.

Waarschijnlijk was het z'n beschermengel.

God laat Zich niet verrassen. Hij heeft gewoon iemand gestuurd.

Ik denk dat Hij een engel heeft laten ingrijpen.

Als ik somber ben, komt er soms opeens een gedachte boven.

Is dat een engel? Waarschijnlijk. Misschien.

Ik weet nog dat ik op een ochtend zat te bidden.

We hebben vijf jaar elke morgen om half zes gebeden, vijf dagen per week.

Half zes in de kerk, ik was vroeg opgestaan.

Ik was thuis aan het bidden voordat ik naar de kerk ging.

Ik bad met m'n ogen dicht, deed m'n ogen open...

en opeens stonden daar drie mannen om me heen.

Ze stonden hand in hand, in een kring om me heen.

Ik wist direct dat het engelen waren. Ik zag hen zo duidelijk als wat.

Ze stonden hand in hand en waren enorm.

Als ik rechtop had gestaan, zou ik bij hen tot borsthoogte zijn gekomen.

En opeens waren ze weg. Ik dacht direct aan het vers uit Psalmen...

waarin de engel van de Heer zich legert rondom hen die Hem vrezen.

Psalmen 34:7 in de Message Bible luidt:

"De engel van God omringt ons en beschermt ons...

terwijl we bidden."

Vriend, je ziet hen misschien niet...

maar er staan op dit moment engelen om me heen.

Ik voel hen niet, ik zie hen niet, maar ik weet dat ze er zijn.

Ze helpen de erfgenamen van de verlossing.

Daar waar jij nu bent, bij je thuis of waar dan ook...

zijn onzichtbare boodschappers.

God wil je opheffen. Hij wil je kracht geven.

Dat doet Hij door mensen te sturen, door engelen te sturen.

De derde manier waarop God ons optilt, steunt en draagt...

is rechtstreeks door Zijn Geest.

De Bijbel zegt het volgende in Deuteronomium 33:27:

"God leeft voor eeuwig. Bij Hem kunt u altijd schuilen.

Zijn sterke armen zullen u altijd dragen.

Hij verdrijft uw vijand en maakt ruimte voor u.

Hij zal tegen u zeggen: Vaag hen weg."

"Zijn sterke armen zullen u altijd dragen."

Waarschijnlijk kent u dat vers.

Veel vertalingen klinken zo: "Onder u zijn eeuwige armen."

Bekende lofzangen zijn geschreven met dat vers als een van de regels:

"Onder u zijn eeuwige armen."

De arm van de Heer is een metafoor voor de Heilige Geest en Zijn macht.

Je mag achteroverleunen en rusten, want onder je zijn eeuwige armen.

God draagt je en steunt je door Zijn Geest.

Ik weet nog dat we onze kinderen leerden zwemmen.

Het eerste dat we ze leerden, was op hun rug drijven.

Maar als je een kind leert om voor het eerst op z'n rug te drijven...

raakt het aanvankelijk in paniek. Dan gaat het van...

Ik zei altijd: Geen paniek. Ik houd m'n armen onder je.

Je voelt ze niet, maar m'n armen zijn onder je.

Ik laat je niet verdrinken.

Je zinkt niet, je verdrinkt niet. Ik houd m'n armen onder je.

Vriend, geloof me. Onder jou, op dit moment...

zijn de eeuwige armen van God.

De Heilige Geest is nu bij je om je op te tillen, te steunen en te dragen...

daar in de woestijn.

Je verdrinkt niet. Je zult niet zinken.

Hij draagt je van zonde naar verlossing...

van paniek naar vrede, van last naar zegen.

En als het zover is, draagt Hij je van de aarde naar de hemel.

Ja, het is waar. Er is een complot aan de gang om je te helpen.

Een complot om je te begunstigen.

God zal mensen sturen, engelen en de Heilige Geest...

om je in die moeilijke perioden moed in te spreken en te verlichten.

God zal je dragen.

De boodschap eindigde met de woorden:

Als het zover is, draagt Hij je van de aarde naar de hemel.

Volgens Jakobus is dit leven een damp die voor korte tijd verschijnt...

en daarna verdwijnt.

Ik wil dat mijn damp meetelt. Ik leef volledig voor Jezus.

Maar ik besef ook dat ik op aarde slechts een reiziger ben.

M'n verblijf hier is van korte duur.

M'n beloning is vooral aan gene zijde gelegen.

"Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord...

en in geen mensenhart is opgekomen...

dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben."

Wijd je je leven nog niet aan Jezus, doe dat dan nu. Hij houdt van je.

Vader, ik bid dat U m'n vrienden op dit moment begrip schenkt.

Dat ze beseffen hoe mooi, zorgzaam en aanwezig U bent.

Dat vraag ik in Naam van Jezus Christus.

Dank aan iedereen die ons steunt.

Door jullie kunnen we het evangelie in meerdere talen verspreiden.

Ga door, dan kunnen we samen het evangelie blijven prediken.

The Description of De God die je draagt – Bayless Conley